Hoe maakt een anderstalige zij-instromer impact in het Leuvense onderwijs?
Natalia Fedorova groeide op in Rusland en verhuisde als tiener naar de VS. De liefde bracht haar in 2018 naar België, waar ze intussen aan haar 6de schooljaar als leraar begonnen is. Hoe bouw je als anderstalige zij-instromer een nieuw leven op in een onbekend onderwijssysteem? Hoe voelt het om je plek te zoeken in een Vlaamse schoolcultuur? En wat betekent het om vanuit een heel andere achtergrond het klaslokaal binnen te stappen? Natalia vertelt over haar parcours als anderstalige zij-instromer.
Je woont nu 7 jaar in België en belandde bijna meteen in het onderwijs. Hoe verliep die zoektocht naar een eerste job?
Natalia Fedorova: “In 1999 behaalde ik mijn pedagogisch diploma in Rusland. Ik werkte drie jaar als academica en ging daarna naar de privésector, waar ik studenten begeleidde die in het buitenland wilden studeren. Toen ik naar België verhuisde, kende ik het onderwijssysteem helemaal niet. Ik moest hier dus van nul beginnen. Ik liet mijn diploma gelijkstellen en volgde een verkorte educatieve master aan de KU Leuven. Dat maakte de overstap naar het onderwijs logisch.”
“Via het platform van VDAB kreeg ik meteen veel reacties, vooral van Brusselse scholen. Maar ik zag het niet zitten om elke dag te moeten pendelen. In september stuurde ik mijn cv naar lokale scholen. Diezelfde dag mocht ik al op gesprek bij Heilig Hart Heverlee en het Heilig Drievuldigheidscollege. De dag nadien kon ik al starten. Op het einde van dat schooljaar kreeg ik bij HDC een voltijdse opdracht. Sindsdien geef ik er Engels aan de tweede en derde graad.”
“De eerste maanden waren een ontdekkingstocht. Hoe werkt een schooldag in Vlaanderen? Wat zijn de routines? Dingen die voor collega’s vanzelfsprekend zijn, waren voor mij helemaal nieuw. Gelukkig kon ik altijd rekenen op mijn collega’s uit de vakgroep en had ik door mijn deeltijdse opdracht weinig extra taken. Naarmate mijn Nederlands verbeterde en ik het systeem leerde kennen, liep alles steeds vlotter.”
Wat heb je geleerd uit die ervaringen?
Natalia Fedorova: “Ik groeide op in Rusland en ging in het secundair naar school in de VS. Het Vlaamse onderwijssysteem was dus volledig nieuw voor mij. Elk schooljaar denk ik dat ik het systeem en de gewoonten helemaal doorgrond heb, maar toch ontdek ik altijd weer iets nieuws (lacht).”
“Wat me het meest opvalt, is hoeveel vrijheid je als leraar krijgt. Je kiest je eigen lesmateriaal, stelt zelf je examens op en kan je vak echt naar je hand zetten. Natuurlijk zijn er eindtermen en schoolafspraken, maar binnen dat kader is er veel ruimte. In Rusland en de VS ziet dat er heel anders uit: veel meer autoriteit, veel minder autonomie.”
“Die vrijheid brengt verantwoordelijkheid met zich mee, maar ook een enorme dosis creativiteit. Je lessen worden echt van jou. Dat maakt lesgeven heerlijk én verhoogt de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs. Ik sta nog steeds versteld van het niveau hier, vooral op het vlak van talen. Mijn Amerikaanse Erasmusleerling kan maar niet geloven hoe vlot Vlaamse leerlingen kunnen schakelen tussen drie of vier talen.”
Je brengt een rijke en unieke achtergrond mee de klas binnen. Hoe zet je die kracht in?
Natalia Fedorova: “Iedereen brengt zijn eigen cultuur mee, maar leerlingen zijn bij mij vaak extra nieuwsgierig. Ze stellen veel vragen over mijn ervaringen in Rusland en de VS. We krijgen ook steeds meer leerlingen met een vluchtverhaal. Voor hen kan het deugd doen om les te krijgen van iemand met een migratieachtergrond. Onze verhalen zijn verschillend, maar ze zien dat er kansen zijn, ook voor hen.”
“Sinds vorig schooljaar geef ik ook ‘Russisch en cultuur’ aan de Zeppelinklas. Dat zijn cognitief sterke leerlingen die 2 lesuren per week een module volgen rond een bepaald thema. Onze directeur denkt graag out of the box en vroeg me om dit vak vorm te geven vanuit mijn persoonlijke achtergrond.”
“In het eerste jaar bied ik een langere module aan met basiswoordenschat, liedjes en gedichten. Zo trek ik hen op een speelse manier in het Russische taalbad. Daarna werken we korter en thematischer: we vergelijken leenwoorden in het Nederlands en Russisch; we koken, zingen en dansen. Toen we dit vak opstartten, was de oorlog tussen Rusland en Oekraïne net begonnen. Ik vond dat best spannend. Ik focus in mijn lessen niet op politiek, wel op de schoonheid van de Russische cultuur. Ik ben dankbaar dat ik dit vak autonoom mag uitbouwen. Hier blijf ik heel dichtbij mezelf.”
Wat zou je graag anders zien in het huidige onderwijssysteem?
Natalia Fedorova: “Ik ben voorstander van duidelijke taaleisen voor leraren. Het is belangrijk om het Nederlands voldoende te beheersen om nuances te voelen in gesprekken met leerlingen en ouders. Maar het traject om een lerarendiploma te halen verloopt volledig in het Nederlands. Wie een educatieve bacheloropleiding wil starten aan de hogeschool, is verplicht een starttoets af te leggen die peilt naar de kennis van het Nederlands. Haal je het minimumresultaat niet, dan moet je verplicht remediëring volgen. Die hele procedure kan een drempel zijn voor potentiële anderstalige zij-instromers.”
“Ik had geluk met mijn gelijkgeschakelde diploma, waardoor ik een verkort traject kon volgen. En wie Engels wil geven, mag al starten met een B2-niveau Nederlands. Ik kreeg daarna 2 jaar de tijd om door te groeien naar C1. Mijn traject verliep dus relatief vlot. Ik weet niet of ik anders voor het onderwijs had gekozen. Met het grote lerarentekort lijkt wat versoepeling me wenselijk.”
“Ook het systeem van vaste benoemingen zorgt voor stress. Zonder Belgisch paspoort heb je sowieso geen recht op benoeming, maar ook voor Vlaamse starters biedt het weinig zekerheid. Een systeem waarin nieuwe leraren 2 of 3 jaar jobzekerheid krijgen, zou veel ademruimte geven. Misschien blijven zo meer (zij-)instromers in het onderwijs? ”
Wat zou je zeggen tegen een anderstalige zij-instromer die twijfelt om de stap naar het onderwijs te zetten?
Natalia Fedorova: “Durf. Probeer. Ga ervoor! Het vraagt inzet en doorzettingsvermogen, maar je krijgt er zoveel voor terug. Je groeit als mens en leert enorm veel, van collega’s én van leerlingen. En vooral: vraag hulp. Er is altijd wel iemand die je met plezier op weg helpt.”
